Constructie van het vlot, deel 1

Hoe een vlot te bouwen? Als u veel apparatuur en voedsel over het waterhindernis moet vervoeren, of je wilt de rivier af, het beste om een ​​vlot te bouwen – de eenvoudigste drijvende structuur. Het traditionele materiaal voor de constructie van het vlot zijn boomstammen, hij kan echter ook van bamboe worden gemaakt, riet of benzinevaten. Maak bij het bouwen van een vlot zo min mogelijk inkepingen in de boomstammen, waarmee het wordt geassocieerd, dankzij dat zal het drijvend zijn. Het vlot moet ook erg stabiel zijn. Dit type watertransport is nutteloos op rivieren, waarin er poros en stroomversnellingen zijn. Ze dreigen het vlot te breken. Als dat mogelijk is, men moet het vlot in ondiep water proberen alvorens dieper te gaan.

Bouw van een vlot

1 Moet aan dek worden gemaaid 12 Doen 14 dik, sterke stammen. Ze moeten worden geëgaliseerd, dezelfde lengte hebben. Bovendien moeten er nog zes stammen worden gesneden – langere Frs 30 cm van de geplande breedte van het vlot. Ze zullen de ruggengraat van het vlot zijn. Leg twee langere blokken kruiselings met twee kortere op de grond. Het wordt een platform om het vlot te laten drijven.

2 Maak met een groot mes inkepingen op alle constructieplanken. Ze worden over hun hele lengte geknipt en vertrekken daarna 30 cm aan beide uiteinden. De inkepingen moeten een halve balk diep zijn. Doe voorzichtig, om de balk niet te diep te snijden, dit verzwakt zijn lift.

3 Leg de gesneden houtblokken naast elkaar, bekijken, dat alle sneden dezelfde lengte en diepte hebben. Zodat het dek gelijk is, lange stammen moeten plat op de constructieplanken liggen.

4 Plaats twee balken aan tegenoverliggende uiteinden van het platform, inkepingen naar boven. Zij zullen de belangrijkste ondersteuning zijn. Leg er lange dekbalken op.

5 De dekbalken moeten over de sneden worden gelegd, vanaf beide uiteinden naar het midden van het vlot. Varieer de dikte van de dekbalken, zodat ze de balken gelijkmatig belasten, waarop ze rusten. Draai ze om tijdens het stapelen, zodat ze zo gelijkmatig mogelijk naast elkaar liggen.

6 laatste, de middelste dekbalk moet recht en sterk zijn en voldoende dik, dat het strak op het dek tussen de balken past. Hiermee dient rekening te worden gehouden, dat je op het water het dek moet corrigeren en bovendien de balken moet vastbinden, om op hun plaats te blijven.